De scheppende mens
DE SCHEPPENDE MENS
Ondernemen, verwerkelijken
Mensen verbinden de geestelijke en aardse werkelijkheid met elkaar.
Wanneer een mens iets wil realiseren, leeft dat ‘iets’ in eerste instantie in haar of zijn innerlijk. Dat kan zijn als een nog weinig bewuste impuls; of als een groots ideaal dat soms nog moeilijk onder woorden te brengen is. Vanuit deze impuls of dit ideaal gaat mens onder-nemend onderweg om te verwerkelijken wat in haar of hem leeft. Het kan gaan om kleinere of grotere zaken: de organisatie van een feestje, het kopen van een nieuwe jurk, of om het starten en ontwikkelen van een nieuwe school, een onderneming of een woonproject.
In de kunst kan dit realisatieproces een rechtstreekse vertaling (verbeelding) zijn van een geestelijk (ideaal)beeld. Bij het maken van een kunstwerk kun je ervaren dat het steeds weer teleurstellend kan zijn omdat wat je maakt niet overeenkomt met wat je innerlijk ziet. Sommige kinderen komen daardoor haast niet tot tekenen of schilderen bijvoorbeeld: ‘het lijkt niet op wat ik in mijn hoofd zie’. In een kunstzinnig proces kun je ervaren hoe je door teleurstellingen heen, uiteindelijk het onzichtbare beeld tevoorschijn brengt: iets anders dan je geestelijke beeld, maar een nieuw geschapen, van geest naar materie gemetamorfoseerd beeld in aardse vormen, kleuren, dynamieken. Vaak maken kunstwerken juist weer voor een ander de toegang tot het (ideaal)beeld erachter mogelijk.
Het verwerkelijkingsproces kost tijd en kent verschillende fasen en eigenschappen, maar in dit beeld laten we de weg zien die van ‘hemel naar aarde’ wordt afgelegd in één lijn. Het is interessant hoe verschillende woorden een deel van deze weg beschrijven. Initiatief nemen is eigenlijk het begin van het verwerkelijkingsproces. Onder-nemen wil eigenlijk zeggen dat je aan de slag gaat met wat onder ligt, namelijk de aarde. Verwerkelijken tenslotte wil zeggen dat dat wat je je hebt voorgenomen tot werkelijkheid wordt gemaakt.
Onderzoeken, waarnemen
Als we ondernemen doen we ervaringen op, van dag tot dag, van uur tot uur. Het vraagt reflectie om de samenhang daarin te ontdekken. We weten eigenlijk pas wat we meemaken, krijgen bewustzijn daarover, als we onze ervaringen onderzoeken. Dat onderzoeken begint met een vraag: Gaat het de goede kant op? Wat gebeurde er nu eigenlijk?)
We kunnen natuurlijk ook steeds weer dezelfde ervaring zoeken, zonder die te bevragen en in het uiterste geval raken we dan ‘verslaafd aan steeds (meer van) hetzelfde‘.
Door het stellen van een vraag buigen we de doorgaande weg, de automatismen, actief om en veranderen het proces van richting: we gaan namelijk onze ervaringen weer ’mee naar binnen’ nemen, gaan op onderzoek met inzet van de vermogens van onze ziel (zie H 1). Ook dat proces kost tijd. Met sommige vragen kun je een hele tijd rondlopen en bezig zijn.
De kracht die ons ertoe brengt steeds weer ‘van richting te veranderen’, een overgang te maken tot we een (voorlopig) resultaat, een (voorlopig) inzicht bereiken, heeft te maken met het scheppende, creërende vermogen van een mens. Uiteindelijk ontwikkel(en) je/we daarmee nieuwe inzichten. Zoals je ziet gaat, gaat dat boven je uit, je creëert/schept een inzicht dat je nog niet had. Dat inzicht gaat verder dan een analyse of conclusie (zie lemniscaat H… Ondernemerschap). Het is een geestelijke creatie. Je verheft je daarmee innerlijk tot het niveau van de engelen[1], en je kunt, als ware het in een onderzoekend gesprek, je geestelijk inzicht in samenspraak met (enkele van hun) inzichten ontwikkelen.
Hier zou je het bij kunnen laten. Er is ook zoiets als ‘geestelijke wellust’ wat je ertoe brengt om steeds weer op eenzelfde manier inzichten te blijven opdoen en misschien ook wel om daarin te blijven vertoeven. (zie ook lemniscaat Tegenkrachten). De scheppende, diepere, hogere wil van een mens kan haar of hem er ook toe aanzetten het inzicht tot ideaal te verheffen. Wederom wordt de richting afgebogen, èn tegelijkertijd ‘de draad vastgehouden’ en verantwoordelijkheid genomen om een initiatief in de wereld verder te brengen vanuit dit inzicht-ideaal.
Werkend aan idealen ontwikkelen mensen zich dagelijks, van ervaring tot inzicht, tot nieuwe ervaringen en nieuw inzichten. Tot het ideaal als een klein aards kiempje, óf als grote onderneming ver-werkelijkt wordt. Afhankelijk van de (sociale) cultuur waarin het initiatief wordt genomen, of het meer of minder aansluit op wat er al in het sociale leven is, op behoeften die er zijn, maakt dat het groter kan worden of (voorlopig) uiterlijk klein blijft: de vernieuwing hoeft er niet minder waardevol voor de toekomst om te zijn. Soms zit in het kleine meer vernieuwing dan iets groots. Op het kleine kan later door mensen worden voortgebouwd, terwijl het grote soms in zijn laatste fase verkeert en verloren kan gaan.
© De Grondsteen 2025